Zo gebruik je het
Brabants
Lekke band, en net nu het regent? Tja, da hedde wellus.
In gewoon Nederlands Een lekke band, net nu het regent? Tja, dat heb je weleens.
Brabants
Taart laten vallen op de verjaardag? Da hedde wellus. Dan halen we worstenbroodjes.
In gewoon Nederlands De taart laten vallen op de verjaardag? Dat heb je weleens. Dan halen we worstenbroodjes.
Brabants
Verloren van de buren? Da hedde wellus.
In gewoon Nederlands Verloren van de buren? Dat gebeurt nu eenmaal.
Hoe zit het in elkaar?
Woord voor woord staat er: da (dat), hedde (heb je) en wellus (weleens). Hedde is ‘heb’ met ‘-de’ erachter, de korte vorm van ge, het Brabantse ‘je’ of ‘u’. Zo worden ook zedde (zeg je) en witte (weet je) gevormd.
Dat ‘je’ is hier niet één bepaald persoon. Het betekent ‘iedereen’, net als in het Nederlandse ‘dat heb je nou eenmaal’. Je zegt dus niet dat de ander iets fout deed: je zegt dat het iedereen had kunnen overkomen.
Het is een schouderophaal in drie woorden. Je gebruikt het niet voor iets wat echt erg is, maar voor pech die erbij hoort: regen op de camping, een file op weg naar huis, een kapotte veter vlak voor de optocht. Nuchter en een tikje troostend tegelijk: niks aan te doen, morgen weer een dag.
Zeggen ze het bij jou anders?
Het Brabants verschilt per streek en soms zelfs per dorp: Erfgoed Brabant spreekt van ‘honderden Brabantse dialecten’. Ik schrijf de woorden zoals ik ze van huis uit ken. Klinkt het bij jou anders? Dan heb jij ook gelijk, en ik hoor het graag.
